Berichten getagged als ‘Utrecht’

’Snellere wijziging partneralimentatie’

„Meneer krijgt alle klappen en mevrouw blijft rustig achterover leunen”, zegt familierechtadvocaat Rachel Jongerius van Smeets Gijbels te Amsterdam. De procedure bij de rechter om de hoogte van de partneralimentatie te wijzigen, moet veel en veel korter, bepleit zij.

De procedure om de alimentatie te wijzigen, duurt nu meestal zo’n negen maanden, zegt Jongerius. „Gedurende die tijd moeten ex-partners, meestal mannen, de partneralimentatie doorbetalen, terwijl hun inkomsten omlaag zijn gegaan. Sommige mannen moeten zich in de schulden steken om hun ex al die maanden door te betalen.”

Als een stel getrouwd is geweest en kinderen heeft, heeft de vrouw twaalf jaar lang recht op partneralimentatie.

Zeker nu de economische crisis er bij sommigen flink heeft ingehakt, is het aantal verzoeken bij de rechtbank nagenoeg verdubbeld, aldus Jongerius. In 2007, het begin van de kredietcrisis, zijn er ongeveer 82 rechterlijke uitspraken gepubliceerd met betrekking tot de wijziging van de partneralimentatie. In 2010 waren dat er 140. In 2011 zijn er tot nu toe 52 uitspraken gepubliceerd op rechtspraak.nl. De verwachting is dat dit aantal ook verder oploopt. Niet alle uitspraken worden gepubliceerd.

Werkloos
De advocate geeft een voorbeeld van een cliënt die de partneralimentatie wil wijzigen omdat hij werkloos is geworden. De cliënt verdiende als directeur eerst 7500 euro bruto en moet vanaf 1 januari rondkomen van een ww-uitkering van 2500 euro bruto. Zijn ex-vrouw krijgt een partneralimentatie van 3200 euro bruto in de maand (daar houdt ze netto ongeveer 1950 euro aan over).

„We hebben eerst zijn ex-vrouw een brief gestuurd om haar te informeren en na te gaan of beiden er in onderling overleg uit kunnen komen. Dat wilde de vrouw niet. Daarop hebben we eind december een verzoekschrift ingediend bij de rechter. De rechtbank heeft laten weten dat begin augustus de zaak mondeling wordt behandeld. Al die maanden moet de cliënt de partneralimentatie blijven betalen. Gelukkig heeft hij nog wel wat vermogen. Maar het wrange is dat zij ook wat vermogen op de bank heeft staan.”

Als een verzoekschrift is ingediend bij de rechter, heeft de ex-partner vier weken de tijd om te reageren, een zogeheten verweerschrift op te stellen. Maar als een ex-partner aangeeft meer tijd nodig te hebben, geeft de rechter altijd toestemming voor nog eens een extra termijn.

„Je ziet dat veel advocaten van ex-partners, meestal vrouwen, hun cliënten adviseren om maar vooral achterover te leunen en niet veel haast te maken, omdat zij er geen baat bij hebben dat de procedure snel verloopt.” Als een rechter vindt dat de partneralimentatie in een bepaalde zaak omlaag moet, heeft zo’n uitspraak in bijna alle gevallen geen terugwerkende kracht. „Een exvrouw heeft er dus baat bij om de procedure lang te laten duren.”

Achterstanden
Jongerius bepleit daarom dat de verlengde termijn van vier weken om een verweerschrift in te leveren moet worden afgeschaft.

Nadat het verweerschrift is ingediend, wordt dus een datum bepaald voor de mondelinge behandeling. En dat kan lang duren. Jongerius zou daarom graag zien dat deze zaken sneller voor de rechter komen, Maar of dat ooit realiteit wordt?„Er zijn bij sommige rechtbanken gigantische achterstanden”, zegt Jongerius. „In Amsterdam hebben we in december al een verzoekschrift ingediend, en we hebben nog geen bericht wanneer de zaak voor de rechter komt.”

Ex-partners hebben overigens geen advocaat of rechter nodig om de partneralimentatie te wijzigen. „Ik raad mensen aan het zelf op te lossen of via een gespecialiseerde echtscheidingsbemiddelaar, want dat scheelt een hoop tijd en geld. De kosten voor een procedure voor herziening van de partneralimentatie via de rechter liggen op 10.000 euro per persoon”, aldus Jongerius.

Bron:telegraaf.nl

Vrouw krijgt geen alimentatie na overspel

Een vrouw die haar man jarenlang bedroog en in de waan liet dat hij de biologische vader was van twee kinderen, heeft geen recht op alimentatie. Dat bepaalde het gerechtshof in Den Bosch onlangs.

De man en de vrouw waren in 2002 getrouwd. In 2008 werd een zoon geboren, in 2009 een dochter. In het kader van een echtscheidingsprocedure claimde de vrouw zowel partner- als kinderalimentatie.

De echtgenoot verweerde zich echter en voerde aan dat uit een dna-test bleek dat hij niet de biologische vader van de kinderen is. Hij stelde daarom niet verplicht te zijn om kinderalimentatie te betalen. Ook meende de man dat hij geen partneralimentatie hoefde te betalen, omdat zijn vrouw hem jarenlang bedrogen heeft met buitenechtelijke relaties.

Geen bloedverwantschap
Voor wat betreft de claim van de kinderalimentatie verwijst het gerechtshof naar de wet. In artikel 1:392 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek staat dat er alleen sprake kan zijn van een alimentatieplicht als er sprake is van bloed- of aanverwantschap.

Nu vaststaat dat de man met 100 procent zekerheid niet de biologische vader van de kinderen is, is er dus evenmin sprake van bloed- of aanverwantschap. De vrouw voerde op dit punt nog aan dat de man desondanks een familieband met de kinderen zou hebben opgebouwd en om die reden toch kinderalimentatie verschuldigd zou zijn. Ook dit argument werd door de rechter van tafel geveegd.

Vervolgens moest het gerechtshof nog beoordelen of de vrouw in aanmerking kwam voor partneralimentatie. Partneralimentatie is gebaseerd op artikel 1:157 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Hierin staat letterlijk: “De rechter kan bij de echtscheidingsbeschikking of bij latere uitspraak aan de echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft, noch zich in redelijkheid kan verwerven, op diens verzoek ten laste van de andere echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toekennen.”

Wangedrag
Hoewel partneralimentatie vrijwel altijd wordt vastgesteld aan de hand van financiële factoren, kunnen ook de gedragingen van de ex-partners een rol spelen. Uit het woordje ‘kan’ blijkt volgens het gerechtshof dat gedragingen van de alimentatiegerechtigde (lees: de vrouw) een rol kunnen spelen bij het vaststellen van de partneralimentatie. Hoewel een rechter niet snel zal aannemen dat er sprake is van dusdanig ernstig wangedrag dat dit van invloed is op de alimentatie, vond het gerechtshof dat in deze zaak wel het geval.

De vrouw had tijdens de procedure toegegeven dat zij tijdens het huwelijk seksueel contact had gehad met andere mannen tegen betaling. Volgens de vrouw dwong de man haar tot prostitutie en droeg zij op deze wijze haar steentje bij aan de kosten van de huishouding. Het gerechtshof oordeelde dat van enige dwang niets gebleken is. Het werd de vrouw bovendien zwaar aangerekend dat zij de man geruime tijd in de waan heeft gelaten dat hij wel de biologische vader van de kinderen was.

Onder deze omstandigheden mocht de vrouw niet van de man verlangen dat hij partneralimentatie gaat betalen, zo oordeelde de rechter. Haar verzoek werd dan ook afgewezen.

Bron: www.telegraaf.nl

Man verbeurt woning die hij vóór echtscheiding had verworven aan de ex-partner

Het huwelijk van dit echtpaar is in september 2005 ontbonden door inschrijving van de beschikking  van de Rechtbank. Reeds in juli 2005 hebben zij een echtscheidingsconvenant ondertekend waarbij de huwelijksgemeenschap is verdeeld.

Later verneemt de vrouw dat de man in februari 2005 samen met zijn nieuwe vriendin een nieuwe woning in eigendom heeft verworven. Thans is voor het Hof in geschil of de man zijn aandeel in deze woning aan de vrouw heeft verbeurd op grond van artikel 3:194 lid 2 BW. Volgens de vrouw heeft de man zijn aandeel in deze nieuwe woning bij het opstellen en ondertekenen van het echtscheidingsconvenant opzettelijk voor haar verzwegen. Verder stelt zij dat hij zich bij de notaris die betrokken was bij de levering van de nieuwe woning ten onrechte heeft gepresenteerd als zijnde ongehuwd.

De man erkent dat hij ten onrechte zijn aandeel in de woning niet heeft genoemd bij het aangaan van het convenant. Hij geeft daarvoor onder meer als reden aan dat hij dacht dat hij bij de aankoop van het huis al gescheiden was. Verder stelt hij dat de notaris die betrokken was bij de levering van het nieuwe huis (een betere) recherche had moeten verrichten naar zijn burgerlijke status.
 
Hoe oordeelt het Hof?
Het Hof overweegt onder meer het volgende. In artikel 3:194 lid 2 BW is bepaald dat een deelgenoot die opzettelijk tot de gemeenschap behorende goederen verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt, zijn aandeel in die goederen verbeurt aan de andere deelgenoot. Deze bepaling brengt mee dat de deelgenoten (dus het “echtpaar”) verplicht zijn om elkaar ongevraagd alle gegevens te verstrekken die voor het bepalen van hun positie van belang zijn. Volgens de parlementaire geschiedenis wil de wetgever met het woord ‘opzettelijk’ aangeven dat lid 2 slechts geldt als de deelgenoot wist dat de goederen tot de gemeenschap behoorden.

Het Hof is van oordeel dat de vrouw voldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar betoog dat de man opzettelijk zijn tot de gemeenschap behorende aandeel van  in de nieuwe woning heeft verzwegen bij de verdeling. Daarbij is van belang dat hij geen goede verklaring heeft waarom hij een andere woning die hij in mei 2004 had gekocht wél meldt en de aankoop van het nieuwe huis niet meldt bij het aangaan van het convenant.

De verklaring van de man dat hij in tegenstelling tot de nieuwe woning als enige in mei 2004 de andere woning had gekocht en dat hij daarom de nieuwe woning niet heeft genoemd,
acht het Hof een onvoldoende gemotiveerd verweer. Waarom hij een aantal maanden na de aankoop van die andere woning dacht wel gescheiden te zijn, heeft hij op geen enkele
wijze toegelicht. In casu heeft hij staande het huwelijk een aandeel in de nieuwe woning verworven die blijkens de toen nog geldende huwelijkse voorwaarden als gemeenschappelijk
eigendom had te gelden hetgeen hij wist althans behoorde te weten. Hij had aldus ongevraagd moeten melden dat hij eigenaar was van de nieuwe woning. Als onvoldoende gemotiveerd weersproken staat dan ook vast dat hij opzettelijk zijn aandeel in de nieuwe woning ten tijde van de verdeling heeft verzwegen, zodat hij zijn aandeel in de opbrengst van de nieuwe
woning die in 2007 is verkocht aan een derde, aan de vrouw heeft verbeurd op grond van artikel 3:194 lid 2 BW. Daarnaast rekent het Hof de man aan dat hij bij de levering van de nieuwe woning zich heeft gepresenteerd als zijnde ongehuwd. Hij kan zijn eigen verantwoordelijkheid daarvoor niet afschuiven op de notaris die betrokken was bij de levering van het nieuwe huis. (Hof Arnhem 31 augustus 2010, nr 200.041.388 (LJN BN9598))

Waar ging het dus fout?
De man was, helaas, niet volledig open bij het aangaan van het convenant. Hij had de aankoop van de woning ongevraagd moeten melden…

Weekers herstelt fiscaal ongunstig scheiden

Staatssecretaris Frans Weekers herstelt een weeffout in de nieuwe belastingwetten. De fout zorgde ervoor dat als mensen met een eigen huis gaan scheiden, de vertrekkende partner zijn recht op hypotheekrenteaftrek verliest gedurende de periode dat de scheiding nog niet officieel door de rechter is uitgesproken.

Partnerbegrip
Onder het nieuwe partnerbegrip wordt bij gehuwden de eis dat de (ex) partners niet alleen niet meer op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven, maar dat tevens een verzoek tot echtscheiding is ingediend. Dit zou bij gehuwden tot gevolg hebben dat in de periode voorafgaand aan het indienen van het verzoek tot echtscheiding de partner die de woning heeftverlaten geen recht op aftrek van (hypotheek)rente heeft. Dit acht het kabinet ongewenst.
Mensen die in goed overleg scheiden, zouden daardoor gedupeerd kunnen raken. Voor Weekers is dat onbedoeld en onwenselijk. Eenmaal aangepast is het zo dat het recht op hypotheekrenteaftrek gedurende twee jaar ook voor de vertrekker geldt, zodra er sprake is van duurzaam gescheiden leven.

Echtscheidingsregeling
De echtscheidingsregeling wordt daarom zo aangepast dat bij gehuwden, evenals onder de tot 1 januari 2011 geldende regeling het geval is, de echtscheidingsregeling reeds geldt vanaf het moment dat sprake is van duurzaamgescheiden leven. Hiertoe wordt aan het vierde lid van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een volzin toegevoegd, waarin in de eerste plaats wordt bepaald dat voor de toepassing van deze regeling onder de gewezen partner mede wordt verstaan de duurzaam gescheiden levende echtgenoot.

Duurzaam gescheiden
Daarnaast wordt geregeld dat de duurzaam gescheiden levende echtgenoot ook voor de toepassing van het achtste lid van genoemd artikel 3.111 niet als partner wordt aangemerkt. Daarmee wordt voorkomen dat ingeval de duurzaam gescheiden levende echtgenoot die de woning heeft verlaten een nieuwe eigen woning heeft betrokken, anders dan onder de tot 1 januari 2011 geldende regeling, ook in de genoemde overbruggingsperiode alsnog slechts voor één van beide woningen in aanmerking zou kunnen komen voor renteaftrek.

Bron: www.elsevierfiscaal.nl

Na scheiding geen hypotheekrenteaftrek meer

Door een wetswijziging dreigen vooral mensen die op een goede manier, met overleg, uit elkaar willen gaan hun hypotheekrenteaftrek mis te lopen. Vanaf 1 januari 2011 vervalt het fiscaal partnerschap voor gehuwden pas wanneer ze een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank hebben ingediend en niet meer op hetzelfde adres wonen.

Belastingadviseur Christan Zantboer schetst de volgende situatie in Het Financieele Dagblad: Wanneer de man de woning verlaat nog voordat de scheiding officieel is aangevraagd, blijft hij de fiscaal partner. De hypotheekrenteaftrek heeft uitsluitend betrekking op de hoofdwoning. Daar woont de vrouw nog met wie hij in echtscheiding ligt, eventueel met de kinderen. Omdat de man zich vestigt op een ander adres, maar fiscaal partner blijft tot het verzoek tot echtscheiding is ingediend bij de rechtbank, maakt hij geen aanspraak meer op zijn deel van de hypotheekrenteaftrek. Dus gaat hij erop achteruit.

Voor de vrouw die achterblijft in de echtelijke woning, verandert er niets. Zij houdt recht op haar deel van de aftrek.

Geen keuzemogelijkheid
Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën schreef vorige week in een brief aan de Tweede Kamer wat de regering van plan is met het fiscale partnerschap. Mensen die gehuwd zijn of geregistreerde partners, zijn momenteel automatisch elkaars fiscale partners. Mensen die wel samenwonen, maar geen geregistreerd partnerschap hebben, kunnen kiezen of ze voor de fiscus te boek willen staan als fiscale partners.

De regering wil het begrip fiscale partner uitbreiden tot:

  • ongehuwd samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract;
  • ongehuwd samenwonenden zonder notarieel samenlevingscontract die samen een kind hebben, voor een pensioenregeling als partner gelden of samen een eigen woning hebben.

Deze mensen zijn automatisch fiscale partners; mensen die aan deze criteria niet voldoen, zijn dat niet. De keuzemogelijkheid verdwijnt.

Betere aansluiting
Voor de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen gaat dezelfde definitie gelden voor het begrip fiscale partner. Deze definitie sluit ook beter aan op de definitie die voor partners wordt gehanteerd in de sociale zekerheid en de zorg. In individuele gevallen zal het begrip ‘voeren van een gezamenlijke huishouding’, zoals dat daar gehanteerd wordt, niet samenvallen met het fiscale partnerschap, maar doorgaans doet het dat wel.

Bron: www.zibb.nl

Notariele Diensten Bewind & Executele (N.D.B.E.) B.V.
ook handelend onder de naam ANOTARIS in licentie.
Kvk.nr: 272 644 85. Statutaire zetel te Zeist,
feitelijk adres: Schoudermantel 37, 3981 AE Bunnik.
Ik wil een offerte Gratis Notaris advies Nieuwsbrief Acties - Aanbiedingen